Foto: Paul de Vries

Column: Herfstdip

  Column

De bladeren aan de boom in mijn tuin kleuren met de dag geler. Herfst scheurt de zomer in rafels uit elkaar. Als de dagen korten en de zon een ander licht heeft bekruipt me een melancholie die pas verdwijnt als de eerste vorst de daken wit maakt. Ik geniet niet van de herfst, ik doorsta hem. Natuurlijk zie ik schoonheid in het snel verkleurend blad, maar als ik kastanjes rapend in het tanend zonlicht kijk verlang ik terug naar de zomer.

Dan kijk ik met heimwee terug naar de dagen dat de tuindeur openstond en een korte broek genoeg was, toen de vakantie nog moest beginnen en de Tour zijn derde week inging.

Nu is zelfs de vakantie een herinnering. Het enige tastbare souvenir is een pot lavendelhoning die ik kocht op een markt in Zuid-Frankrijk.

Op die markt smaakte de honing inderdaad naar lavendel, maar hier is diezelfde honing niet van onze normale Hollandse te onderscheiden.

Het zal het vakantiegevoel zijn geweest die de honing dat bouquet gaf. Of de Franse zon die het ene huis terra en het andere oker kleurde en de honing een gouden glans gaf.

Misschien was het de geur van oleander en rozemarijn of het getjirp van cicaden op de mozaïeken bast van lommerrijke platanen die de honing ambrozijn maakte. Waarschijnlijk was het alles tezamen.

Zo gaat dat, iets dat tijdens de vakantie vol en rijk is, wordt na terugkeer in het alledaagse dof en zouteloos.

Daarom moet u ook nooit tijdens uw vakantie dat te gekke maison-à-vendre aanschaffen, want voor u het weet bent u de rozenwaters in een aflevering van ik-vertrek. En ik weet niet of u ooit rond november uw vakantieliefde tegen het inmiddels verbleekte lijf bent gelopen. Ik kan u verzekeren dat die beleving onthutsend is, voor beide partijen. Een herinnering kan soms maar beter een herinnering blijven.

Ondertussen zit ik hier met sloffen aan en een dichtgeritst vest én met mijn veel te dure honing naar het vallend blad te staren. Maar als ik van de honing snoep dan hoor ik het geroezemoes van families aan de avonddis. En als ik goed luister klinkt terwijl de cicaden één voor één stoppen met zingen het ketsen van de jeu de boulesballen.

Ook zie ik weer die dame op het terras in Nice. Ze leek op Angélique. Tot ik mijn bril opzette. Toen was ze niet meer de ondeugende Marquise des Anges uit de films van Bernard Borderie, maar een schrale zestiger die zich angstvallig de ouderdom van het lijf probeert te houden. Zij had moeite met haar herfst, zoals ik moeite met de onze heb. Misschien verlangde ze terug naar dagen die mooier leken omdat ze ze met voorbije begeerte inkleurde en wandelde ze weemoedig tegen het leven in. Mijn weemoed beklijft niet, als de winter komt ben ik het alweer kwijt. Ik hoop maar dat haar winter mild is.

Inmiddels zijn de bladeren van de boom in mijn tuin nog wat geler. Binnenkort gaan ze vallen, dan moet ik naar buiten om ze op te vegen. Als u mij dan wat neerslachtig met de bezem in de weer ziet hoeft u geen medelijden te hebben, want u weet nu dat als op een donkere ochtend de autoruiten vorstvrij gemaakt moeten worden, mijn herfstdip voorbij is.

Mijn verhalen kunt u nalezen op www.PaulSchrijft.nl

Paul de Vries

Meer berichten