Foto: Foto:

Column: Zwartpootwolbij

  Column

Stel, u houdt van spelletjes. En stel, u zit te scrabbelen. Op het speelbord verschijnt het woord: "ZWARTPOOTWOLBIJ". De kans op gefronste wenkbrauwen, ongeloof bij de tegenstander en een wanhopige poging het woord op te zoeken in een puzzelwoordenboek is dan groot.

Tóch bestaat deze soort. Het is zoals de naam al zegt een bij.
Enkele weken terug was dit diertje in het nieuws. Voor het eerst was dit insect in ons land aangetroffen. Vindplaats: Ede.
Wat een bijzonder nieuws. Ergens op het industrieterrein langs een slootkant, waar nog veel bloemen stonden, was het een entomoloog, een insectendeskundige, die deze ontdekking deed.

Wat me altijd opvalt met dit soort ontdekkingen is dat veel mensen op zo'n moment een gevoel van trots ervaren. Het idee dat het in ons land goed gaat met de natuur lijkt spontaan te ontstaan. Immers, "wij", om maar even als Mart Smeets te denken, hebben de soort ontdekt en "wij" zijn dan eigenlijk alle inwoners van Ede.
Dat iedereen blij is met de ontdekking van een nieuwe soort is geheel te begrijpen én is ook zeer terecht. Iedere nieuwe, inheemse, soort dat ontdekt wordt in ons land is een aanwinst. Vandaar dat ik in meerdere columns ook al aandacht besteedde aan de wolf.

Maar is het eigenlijk niet wat hypocriet? "We" zijn zo blij met één nieuwe soort bij. Dat in ons land van de ruim 350 soorten wilde bijen meer dan de helft bedreigd wordt, dáár lijken we ons niet druk om te maken. Laat staan dat er van deze bedreigde bijen al meerdere soorten zijn uitgestorven zelfs. Is het eerlijk om trots te zijn op die ene nieuwe soort terwijl het met zoveel andere soorten absoluut niet goed gaat? Zou het niet belangrijker zijn om het om te draaien? Want als we er voor zorgen dat het met de huidige soorten goed gaat, zullen er dan niet automatisch nóg meer nieuwe soorten ontdekt worden?

Michael de Vries, natuurliefhebber en leerkracht basisonderwijs

Meer berichten