Foto: Paul de Vries

Column: NK in Ede

  Column

Het zal u niet verbazen dat deze column over wielrennen gaat. En over auto's, want potjandorie zeg wat had Van Emden tijdens de tijdrit een eersteklas bak aan zijn achterwerk hangen. Maar de meest gave volgwagen was die van BEAT. Alleen al van het geluid van zo'n V8 in je wiel ga je sneller fietsen. Daar zou de UCI ook eens naar moeten kijken.

Het gaat echter over wielrennen en de mensen die de ritten mogelijk maakten, want petje af voor de verkeersregelaars die onder tropische condities het hoofd koel hielden. Wat overigens niet altijd lukte. Eén van hen was een paar mannen die constant op de weg gingen staan hoorbaar en zichtbaar beu. De betreffende mannen waren op hun beurt hém beu, niet in de laatste plaats omdat het de waterdragers van de renners waren. De op handen zijnde escalatie werd door een omstander gesust. Terwijl ik dit bekeek, fietste een man met een aantal kinderen voorbij. Hij was niet van het spektakel gecharmeerd, volgens hem kostte het gedoe tonnen en had iedereen er last van. De kinderen knikten en fietsten flink door, toch keken ze af en toe om in de hoop een glimp van het verfoeide spektakel op te vangen.

Had de man gelijk? Was het NK alleen maar lastig? Volgens een tweet van oud-wethouder Marije Eleveld leek het NK vooral een feestje van politici. Toeschouwers stonden inderdaad niet rijen dik langs het parcours. Dit kan natuurlijk aan de tropische temperaturen hebben gelegen of misschien de angst voor de processierups, maar het kan ook zijn geweest dat er simpelweg niet voldoende draagvlak voor het evenement was. Het is daarnaast de vraag of Ede zich met dit NK als fietsstad heeft geprofileerd, een aanzuigende werking zal het parcours zeker niet hebben. Natuurlijk waren er mensen voor wie het allemaal niet had gehoeven, maar er waren ook genoeg mensen die er wél van hebben genoten. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken.

Ik was één van degenen die ervan genoot toen Van Vleuten en Van Emden mij woensdag op het valsplat van de N304 op armlengte voorbij zwoegden. Afgelopen weekend bekeek ik de wedstrijd vanaf de Klinkenbergerweg waar de renners heen én terug voorbij kwamen.

Ik ga ervan uit dat de meeste Nederlanders ooit in hun leven op de Tour wachtend langs de Franse route nationale hebben gestaan. Omdat ze daar zelf voor kozen óf omdat vader zo nodig in de brandende hitte Kuiper, Raas of Knetemann wilde aanmoedigen. Zij weten dat naar een koers kíjken niet de juiste uitdrukking is. De koers is een beleving. Ik schreef het al eerder en zal het waarschijnlijk over en paar weken herhalen, het is het ratelen van derailleurs en het zoemen van dunne bandjes over warm asfalt. Tel daar een brandende zon én het geluid van een laagvliegende helikopter bij op en de Tour-beleving is compleet. Op mijn plek aan de Klinkenbergerweg was die beleving er. Er was sfeer, er was spanning kortom, het was even Frankrijk in Ede.

Wiebes en Jacobsen wonnen vervolgens het wegkampioenschap. Twee jonge mensen met nog een mooie carrière voor zich. Achter hen reed de stoet volgwagens, met ook daarin weer een paar flinke bolides, maar geen van dezen overtrof de wagen van BEAT Cycling Club van afgelopen woensdag.

Mijn columns kun u nalezen op www.PaulSchrijft.nl

Paul de Vries

Meer berichten