Foto: Paul de Vries

Bermfietsen

  Column

Het is fietsweer. Nu zult u uw schouders ophalen, het is immers in Nederland altijd fietsweer. Wind of regen, de fiets is ons nationale transportmiddel. Een soort cultureel erfgoed. Dus hoezo fietsweer.

Ik bedoel dan ook racefietsweer, want waar het de racefiets betreft ben ik een mooiweerfietser. Ik heb een hekel aan kou en regen. Toen ik ooit vroeg in het jaar door de natte sneeuw tegen de Alpe d'Huez op zwoegde voelde dat als de winter van '63. Als ik de paar bestaande foto's bekijk viel het met die sneeuw achteraf wel mee. Toch vind ik dat ik een kruisje had moeten krijgen.

Ik wacht het liefst tot de klok is verzet en het kwik de 15 graden aantikt. Voor minder stof ik mijn fiets niet af.

Dit jaar stof ik hem waarschijnlijk helemaal niet af. Mijn rechterarm valt namelijk snel in slaap. Niet als gevolg van mijn tempo, ik ben inderdaad geen snelheidsduivel, maar door een beklemde schouderzenuw.

Dus dit jaar geen rondje Deelen.

De laatste keer dat ik dit rondje fietste werd er in de buurt een toertocht verreden. Normaal kijk ik Google er altijd even op na. Niet om mee te doen maar om de tochten te mijden. Ik ben geen groepsrijder, ik zie het plezier er niet van in, noch hoor ik ze graag op zondagochtend amechtig hijgend achter me aankomen.

Ditmaal had ik verzuimd Google te raadplegen. Had ik dit wel gedaan dan had ik van de toertocht geweten. Dan was ik er niet eens aan begonnen. Dan was ik met de voeten in een teiltje water aan de tuintafel blijven zitten. Maar ik was nou eenmaal onderweg en op het fietspad tussen Deelen en Otterlo kwam ik op het parcours.

Ik weet niet of u dat fietspad kent, het is een dubbel fietspad en het peloton kwam mij tegemoet.

Nu moet u het beeld van het wielerpeloton zoals u dat van de tv kent loslaten. Want in werkelijkheid heeft zo'n naderende massa niets weg van de gestroomlijnde jongens die binnen luttele seconden, met lieflijk ruisende kettingen in één lijn aan u voorbij scheren. Nee, wat op mij afkwam was een luidruchtige bende lillend vlees dat in niets onderdeed voor een overspannen kudde Kaapse buffels. U begrijpt, dat was even slikken.

Normaal gesproken is het fietspad breed genoeg. Tegemoetkomend verkeer kan elkaar gemakkelijk passeren, maar de vier rijen breed, in lycra ingesnoerde meute ging ervan uit dat deelname aan zo'n tocht rechten geeft. Het was een angstwekkende aanblik om die knorrende massa op me af te zien komen. Qua postuur ben ik tegen zo'n stormloop niet bestand, dus week ik zover mogelijk uit naar rechts. Het werd bermrijden.

Ik weet het zeker, een veldrijder zal ik niet worden, dat gehobbel door de berm rammelt je de vullingen uit de kiezen en ondanks het in de wielerbroek ingenaaide incontinentiemateriaal blijft het smalle zadel sterielmakend hard. Meer dan een geknakte trots hield ik er niet aan over.

Mocht mijn schouder het weer toelaten dan zal ik vóór ik ga fietsen eerst internet raadplegen. Of misschien moet ik me gewoon toch eens voor zo'n rit aanmelden. Om me dan vanuit het veilige peloton te verkneukelen om de sukkels die zonder te googelen op de fiets zijn gestapt en door mijn robuuste frontmannen de berm in worden gereden.

Paul de Vries

Meer berichten