Foto: Foto:

Column: Landschap

  Column

Mijn werkende leven begon ik in een kleine kamer in een portacabin. In de winter koud, de gaskachel (oei) draaide ik dan lekker op. Tikkend werd het warmer. In de zomer was het bloedheet. En wanneer de postkamer via de gang naast mij de brieven over de kantoren ging verspreiden dan schudden de cabines. Gezellig. Het had het voordeel dat ik jaren later bij klachten over tocht, kou en warmte van collega's altijd kon zeggen: 'weet je wel waar ik twee jaar in heb gezeten.'

Toen al was er sprake van 'het nieuwe werken'. Dat is ooit begonnen met het 'bureaulandschap'. Ja, zo noemde men dat. Dat landschap was democratischer, dan kantoren die verschilden in omvang en ligging. Een 'corner office' is in de VS nog steeds een begrip. Toch verdween ook het bureaulandschap, wel egalitair maar te veel afleiding en prikkels.

We slaan even wat jaren over en dan zijn we bij nu. Dat bureaulandschap heet nu de 'open inrichting', wat bij mij dan weer andere associaties oproept. En je werkt tegenwoordig, of nog beter zit of staat tegenwoordig, in oude industriële gebouwen met minimaal 20 soorten koffie en moeras- en hangplanten uit het Amazonegebied als geluiddemping.

De open inrichting verdwijnt straks ook weer, het worden nu 'activity based offices' met zones voor focus, creativiteit, interactie. En ergens, achteraf, nog eentje voor concentratie. Dat laatste kan volgens mij geen kwaad, wanneer je je werk goed wil doen. Het tikkende kacheltje is vervangen door warmtepanelen, de tl-buis door lampen die je met je computer kan bedienen. En het uitzicht naar buiten op bijvoorbeeld groen (wat rust geeft) door speciale kleuren om je heen. Of je kijkt op je collega die met koptelefoon op aan zijn of haar focus zit te werken. De omgeving lijkt tegenwoordig belangrijker dan het werk zelf.

Burgemeester René Verhulst

Meer berichten