Foto: Paul de Vries

Column: Kieuw!

  Column

Het door de zon beschenen blad dwarrelde koperrood van de bomen. De winter stuurde alvast wat kou vooruit. Een belofte voor een seizoen dat om stamppot en erwtensoep vraagt. Ik kreeg zin in de winter.

Dat heb ik altijd als het weer omslaat en mijn adem wolkjes maakt. Dan verlang ik naar zonnig vriesweer, naar het schaven van ijzers over stille wateren en bevroren filigraan op rietkragen. Naar een Oudhollandse winter, de winter van Anton Pieck. Dit nostalgisch verlangen is maar van korte duur want bij de eerste avondspits met natte sneeuw ben ik genezen. Dan kan ik niet wachten tot de krokussen de kop weer opsteken en ik de racefiets weer uit het vet kan halen.

Maar voor nu wandelde ik goedgemutst door de laan met statige beuken te verlangen naar appeltaart en oliebollen. Een wandeling over een gouden pad waar op het snijvlak van zichtlijnen Huize Kernhem pontificaal om aandacht stond te vragen.

Rondom die laan staan verspreid enkele boerderijen en in één daarvan woonde in een ver verleden een vrouw die, ook alweer lang geleden bij ons in de zorg was. Ze vertelde graag over haar leven op het landgoed. Niet om te pochen, maar omdat ze tevreden terugkeek op een werkzaam bestaan.

Altijd als ik daar wandel kijk ik naar de lucht om te zien of er een buizerd biddend boven het weiland hangt. Die vogels doen me aan haar denken. Niet om het bidden, want hoewel zij diep religieus was is het niet daarom dat ik aan haar denk. Nee, het is de roep van de buizerd die een herinnering levend houdt.

Kieuw! De hoge roep draagt ver en zij en haar man hadden hem overgenomen om elkaars aandacht te trekken. Als zij bij de deur van de bijkeuken de melkbussen keerde dan keek ze over het land, en als ze daar haar echtgenoot kromgebogen op de akker zag riep ze hem op die wijze aan. Dan rekte hij zich uit en stak zijn hand naar haar op. Kieuw!

Ze vertelde met warmte over deze kleine uiting van liefde, een liefde die verder reikte dan de dood van één. Dan legde ze haar breiwerk in haar schoot en keek langs me heen haar herinneringen in.

Er hing die dag geen buizerd tegen de strakblauwe lucht en ik liep verder naar het landhuis dat vanwege de expositie van KunstLijn Lunteren haar deuren had geopend. Ik weet niet of u wel eens in het huis geweest bent, maar van binnen is het kleiner dan het zich van buiten laat aanzien. Je ziet die pretentie ook wel eens bij mensen.

De expositie was weliswaar bescheiden maar verrassend aantrekkelijk. Mijn aandacht werd door een kleine beeldengroep getrokken. Je kon zien dat de groep met veel zorg gemaakt was. Eén van de beelden was een mannetje dat zijn hondje uitliet en even verderop zat een oud vrouwtje te breien. Dit beeldje keek uit over de landerijen achter het huis, haar breiwerk was een vlieger die naar de hemel opsteeg. Een prachtige en onbewuste hommage aan de vrouw die haar man zo miste.

Mocht u de expositie willen bezoeken dan moet ik u helaas teleurstellen. Hij was dat weekend voor het laatst. Het beeldje kijkt, net als de oude vrouw niet langer over het landgoed uit. Ook haar roep is verstomd, maar het hoeft ook niet meer, ze heeft haar man voor eeuwig naast zich.

Paul de Vries

Meer berichten




Shopbox