Foto:

Column: Denkpatroon

  Column

Er zijn denkpatronen waarvan je niet beseft dat je ze nog hebt. Kent u dat? Dat u zichzelf ineens iets hoort zeggen waarvan u dacht dat u inmiddels wel beter wist. Ik had dat afgelopen week toen ik een opmerking maakte waarmee ik vrij achteloos vijftig jaar emancipatie als een opgerookte peuk met een draaiende beweging onder mijn schoen plette.

Ik zie mijzelf graag als vrijdenkend en ben van mening dat iedereen gelijk is. Rechten zijn universeel en ondeelbaar en ik geloof in - niet opschortbare - mensenrechten. Maar "het menen dat" en "het geloven in" zijn inmiddels een soort jas geworden die ik blijkbaar graag aantrek om goede sier te maken. Het is een troon vanwaar ik graag met de vinger wijs naar diegenen waarvan ik vind dat zij niet dezelfde mening delen.

Nu bent u waarschijnlijk nieuwsgierig naar wat ik heb gezegd. Want het moet, gezien de introspectie die het opwekte iets zijn geweest dat op zijn minst vrij verachtelijk was. Welnu ik zal het met u delen.

Zoals u inmiddels weet ben ik freelance sportinstructeur. Tijdens die sportlessen vertelde een klant dat deze er de komende lessen niet was omdat er voor het werk naar het buitenland gereisd moest worden. Ik meen dat het Thailand was. Niet naast de deur en het heeft nogal wat organisatorische voeten in de aarde, temeer daar ik weet dat die klant een aantal jonge kinderen heeft. Tot zover niets aan de hand en ik vroeg die klant hoe deze dat met de kinderen geregeld had, want voor de duur van de reis komt alle zorg ineens op de schouders van de partner te liggen.

Leest u voorgaande nu nogmaals en probeert u zich mijn klant eens voor de geest te halen. Was het een man waarmee ik sprak of zag u een vrouw voor zich? Neem de tijd.

Het antwoord is dat het een vrouw was. En terwijl ik haar vroeg hoe het met de kinderen geregeld was realiseerde ik me dat ik diezelfde vraag nooit aan een man zou hebben gesteld. Ik zou dan naar totaal andere zaken gevraagd hebben dan hoe het tijdens zijn afwezigheid met de arme kinderen geregeld was.

Nu heb ik natuurlijk direct een excuus. Ik ben immers opgegroeid in een tijd waarin de man-vrouwverhoudingen anders lagen dan nu. Zo werkte mijn vader buitenshuis en stond mijn moeder achter het aanrecht. Niet omdat ze dat zo graag wilde, maar een vrouw stopte na het huwelijk direct met werken om voor de eventuele kinderen zorgen. Zo ging het vroeger, dat was nou eenmaal onze traditie. En blijkbaar zit deze beperkende visie op een deel van de bevolking zozeer in mijn denken ingebakken dat ik mensen helemaal niet gelijk waardeer. Het is natuurlijk geen excuus, maar ik overgiet mijn starheid graag met een smaakvol sausje van nostalgie en traditie.

Wij zijn als maatschappij inmiddels vijftig jaar en een aantal emancipatiegolven verder. Golven die niet alleen het feminisme maar ook de gelijkheid op grond van ras en van seksuele oriëntatie tot doel hadden. Zoals het was, zo wordt het niet meer. Gelukkig maar want mijn moeder had zich graag verder ontwikkeld. Het wordt tijd dat ik mijn dogma's flink onder de loep ga nemen. Want blijkbaar is mijn masker van ruimdenkendheid flinterdun en wordt het tijd om die weelderige mantel van "menen dat" en "geloven in" om te ruilen voor een meer bescheiden jasje. Doet u mee?

Meer berichten




Shopbox