Logo edesepost.nl


Foto: communicatie Gemeente Ede

Column: Programma Buitengebied

  Column

Een paar weken geleden mocht ik in de stal van pluimveehouder Theo Snetselaar in Lunteren de stekker in het stopcontact steken van een bijzonder apparaat: een nieuw, innovatief systeem dat fijnstof opvangt uit de lucht. Ik noem het zelf graag een Willie Wortel-oplossing. Slimme mensen die slimme technieken ontwikkelen om schonere lucht te creëren.

De komende tijd moet natuurlijk nog blijken of de Willie Wortel oplossing werkt en effectief is - met de uitvindingen van de slimme eend uit Duckstad ging tenslotte ook wel eens iets mis - ,maar het is belangrijk dat we dit soort praktijkproeven doen: alleen in de stallen zelf kom je erachter welke oplossingen werken en welke niet.

De test toont nog iets anders aan waar we als lokale samenleving trots op mogen zijn. Ik mocht dan wel de stekker in het stopcontact steken, de proef kon alleen maar doorgaan dankzij goede en snelle samenwerking tussen een hele trits partijen: gemeentes, het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij, pluimveehouders, bedrijfsleven, Wageningen Livestock Research en een groep enthousiaste studenten. Het toont aan dat overheid, kennisinstellingen en (agrarische) ondernemers elkaar steeds beter weten te vinden. We gaan steeds meer van een wij-zij verhouding naar echte samenwerking.

Dat is wat we nodig hebben in heel Ede, maar zeker ook in het buitengebied, waar veel functies elkaar ontmoeten, elkaar best wel eens bijten, maar toch samen verder moeten. De afgelopen collegeperiode hebben we daarom hard gewerkt aan het Programma Buitengebied. We hebben als gemeente samen met een hele grote groep belanghebbenden ons beleid voor de komende jaren uitgestippeld en ik merk dat dit zowel buiten als binnen de gemeentelijke organisatie veel houvast geeft.

Wat willen we dan met het buitengebied? Al onze inspanningen zijn er op gericht dat het voor iedereen fijn wonen, werken en ondernemen is. Dat is gelukkig al vaak het geval, maar soms botst het ook. Een gezin dat 'lekker buiten woont' heeft nu eenmaal andere wensen en verwachtingen dan een agrarische ondernemer die een uitbreidingswens heeft. En een toeristische ondernemer ziet liever geen metaalbewerkingsbedrijf naast zijn perceel, om maar eens wat te noemen. Daarom bouwen we nieuwe huizen bij voorkeur in of bij de dorpen en niet midden in agrarisch gebied. Daarom kijken we in overleg met bedrijven of de onderneming past bij de omgeving, of beter naar een bedrijventerrein kan.

Met agrariërs bespreken we hun toekomstplannen. Willen ze stoppen of doorgaan? Wat betekent dit voor de toekomst van de onderneming? Ik ben er trots op dat we na een fase van plannen maken en praten nu in de fase van het doen zijn gekomen.

Wethouder Willemien Vreugdenhil

Reageer als eerste
Meer berichten