Foto: Paul de Vries

Column Paul de Vries: Honingdame

Lavendelhoning, kastanjehoning, honing van tijm, ik mag het allemaal proeven van de mademoiselle die me in een Zuid-Frans dorp vertelt hoe de verschillende soorten honing geproduceerd worden. Het is er altijd weer inkomen. Ik moet het Frans een poosje horen om de cadans te vinden. En ik moet het vooral zien, want veel meer dan Nederlands, is Frans een taal van het lichaam. Van subtiel tot overduidelijk en grenzend aan het Italiaans, maar nét niet in die overtreffende trap.

Het is geen gesticuleren, want het zijn niet alleen de armen en benen die spreken. Ook het kort de kin naar voren steken of het hoofd iets tussen de schouders trekken zet woorden kracht bij.

Na een aantal dagen groeit mijn taalgevoel weer. Dan ga ik voorbij het 'du pain, du vin, du Boursin' Frans.

Dat moet ook wel, want ik heb er een korte periode op school gezeten. Een zomercursus, maar dan in de winter, om het skiën.

De leraren spraken, zoals de meeste Fransen geen woord over de grens. Ze deden er ook geen moeite voor. Ze gingen er vanuit dat leerlingen op deze school zaten om hún taal te leren, niet andersom. Het was een goede methode, want daardoor moest je wel.

Er was van het lerarencorps maar één lerares die een andere taal sprak. Ze sprak Duits, wat in Frankrijk vrij uniek is, want hoeveel Merkel en Macron elkaar ook zoenen, beide volken liggen elkaar nog steeds niet.

Wat die lerares daarnaast nog meer uniek maakte was haar lesaanpak. Ze verliet regelmatig de verplichte lesstof en leerde ons de taal die de Fransen werkelijk spreken.

Als mijn eindtoets over straattaal was gegaan, was ik cum laude geslaagd, want met een simpel voulez-vous coucher avec moi kom je er hier niet meer.

En als je mij vraagt om iemand verbaal het vel over de oren te trekken dan ratel ik er lustig op los, maar voor het dagelijkse heb ik wat meer tijd nodig.

En dus sta ik de dame die mij op de markt vertelt over hoe honing gemaakt wordt toe te knikken. Ik denk dat ik begrijp wat ze wil zeggen, bovendien weet ik waar Abraham de honing haalt, want op iedere oer-Hollandse braderie staat wel een bijenmelker over bloemetjes en bijtjes te vertellen.

Ze zegt daarom waarschijnlijk niets nieuws, maar ze heeft mooie ogen en ze ruikt naar lavendel dus laat ik haar praten.

Uiteindelijk koop ik een pot en maak plaats voor een overduidelijk Hollandse familie die nog minder van haar verhaal begrijpt dan ik. Ze kijken niet in haar ogen en ruiken waarschijnlijk de lavendel niet. Ze kopen niets, de honing in de supermarkt is immers veel goedkoper. Terwijl ze lacherig weglopen, kijk ik naar de moeder die een hotpants draagt waar haar puberdochter nog niet dood in gevonden wil worden. Toen de vrouw de broek aanschafte, zeiden haar vriendinnen nog dat ze het kon hebben. Het waren niet haar beste vriendinnen, want tijdens het lopen zie je steeds een stuk bil onder de pijpjes uitkomen. Geen stevig stukje vlees, maar een lillend lapje dat rimpelt bij iedere pas.

Ik kijk naar de zoete honingvrouw, ook zij kijkt de moeder na. En nu begrijp ik haar volledig, want in haar mooie ogen herken ik het Frans dat ik wél vloeiend spreek.

Deze en andere verhalen kunt u nalezen op www.PaulSchrijft.nl

Meer berichten