Harry Oonk in zijn tuin waar allerlei werken van mechanica staan. (Foto Rick Praamstra)
Harry Oonk in zijn tuin waar allerlei werken van mechanica staan. (Foto Rick Praamstra) (Foto: )

Harry Oonk over lust en goddelijke liefde

Voormalig Edes stadsdichter Harry Oonk schreef een gedicht over de liefde voor de dichtbundel 'Minnezine in moerstaal'. In het Twents dicht hij over de verschillende soorten van liefde. 'Uiteindelijk ontstaat er pure vriendschap'.

Door Rick Praamstra

BENNEKOM - Harry Oonk heeft in de bossen van Bennekom zijn eigen paradijsje geschapen; daar recreëert hij in een Fins prefab-woning die je ook een uit de klauwen gewassen blokhut zou kunnen noemen. In zijn huis hangt het vol met digitale tekeningen die hij maakte van popiconen als Bob Dylan, David Bowie en Neil Young.

Aan de muur hangen ook twee klokken, opgebouwd uit fietskettingen en tandwielen. Één klok is een zogenaamde decimale klok: een dag is ingedeeld in 10 uur in plaats van 12, een uur heeft 100 minuten en een minuut heeft 100 seconden. Ook zijn tuin staat vol eigen ontworpen mechanische objecten.

Dichten is zijn andere creatieve uitlaatklep. In 'Minnezinne' schrijft de 74-jarige Bennekommer over Erao (dierlijke liefde), Phileo (broederliefde) en Agapao (goddelijke liefde), "Dierlijke liefde draait om pure bevrediging van je eigen verlangens. Seks hebben heeft met liefde niet zoveel te maken."

In broederliefde schrijft hij (vertaling van het dialect): 'Als het spook van verliefdheid is verdampt en het verlangen is gestild, sta je nooit meer alleen'. De laatste fase is goddelijke liefde. Oonk: "Dat is enkel geven, geven en geven en niets terugverlangen."

Zelf was Oonk ruim dertig jaar getrouwd en herkent hij zich wel in deze fasen. "Ik denk dat ik met mijn ex-vrouw ook wel die goddelijke liefde heb nagestreefd. Naarmate een liefde langer standhoudt ontstaat er uiteindelijk pure vriendschap waaruit een soort van goddelijke liefde kan ontstaan. Als je jezelf kunt wegcijferen in een relatie kan je in een hoger stadium komen van gelukzaligheid."

Toch hield deze relatie geen stand en werd hij opnieuw verliefd. Zijn gedicht sluit ook niet voor niets af dat je na de fase van hemelse liefde ook wel weer terug op aarde wil landen en weer snakt naar de dierlijke liefde. "Ik geloof wel in eeuwige trouw hoor. Ik weet niet hoe vaak het voorkomt, maar het bestaat wel."

Hij vertaalde zijn oorspronkelijk Nederlands gedicht in het Nedersaksisch (sinds 2018 een erkende taal). De stijl veranderde daardoor ook, meent de geboren Deventenaar. "Als je in het Nederlands schrijft probeer je de woorden netjes op te schrijven. In het dialect wordt het al snel wat platter en klinkt het gedicht direct grover door woorden als 'niksen' en 'krek'."

Met dit gedicht wil hij mensen laten nadenken over de liefde. Dat probeert hij in begrijpelijke taal. "Mensen nemen mij wel eens kwalijk dat mijn gedichten meer over het 'idee' gaan en minder over de taal. Ik zit in de hoek van de filosofie. Mijn gedichten dragen een boerenkiel en geen jacquet. Je hoeft mijn gedichten niet vijf keer te lezen voordat je ze begrijpt, ze moeten meteen kunnen binnenkomen zonder kloppen."

Meer berichten